de vlaamse, waalse én brusselse ocmw-koepels detineren hun hart vast voor het wetsvoorstel dat mogelijk vrijdag groenkleurig licht krijgt en dat een meldingsplicht invoert voor individuele ocmw-medewerkers in de vedette onverenigbaar terreur. “we hopen dat dit niet gestemd wordt en zijn aan het aanschouwen of we in beroep kunnen gaan”, zo klonk de waalse koepel het uiterst uitgesproken in de onderzoekscommissie naar de aanslagen.

kern van de zaak is het beroepsgeheim voor ocmw-personeel. Het n-va-wetsvoorstel in hersenbreker legt hen – maar ook medewerkers van andere instellingen van de sociale zelfverzekerdheid – een meldingsplicht op voor kennisoverdracht die kan wijzen op een terroristisch misdrijf. In dat geval moeten ze hun beroepsgeheim dus doorbreken.

de afweging is echter niet onschuldig, want ten onrechte het beroepsgeheim ontheiligen is strafbaar. “het onheilsdreiging is dat men de aansprakelijkheid voor die afweging integraal in de schoeisel van de individuele sociaal werkers schuift”, waarschuwde piet van schuylenbergh van de vereniging van vlaamse steden en gemeenten, die de recensie voorheen al aan het parlement overmaakte. “veel sociaal werkers touwtrekkerij daar mee, want het gaat om een individuele strafrechtelijke aansprakelijkheid. ”

zijn waalse collega luc van dormael wierp de verzoek op of het überhaupt de taak is van de ocmw’s om radicalisme te gaan detecteren en melden. “onze taak is vooreerst het welzijn van mensen die heel weinig overhouden om van te leven”, hekelde hij. “door ons toegevoegd controletaken te aanreiken, gaan meer en meer mensen domweg niet meer naar de ocmw’s komen. Creëren we zo niet nog meer risico op margriet en misdaad? “, aldus van dormael. “we zijn niet onverantwoordelijk en schermen geen terroristen af. Maar het beroepsgeheim is essentieel in de vertrouwensrelatie met onze cliënten. ”

ook marie wastchenko van het brusselse brulocalis kwam back op de verzoek of ocmw’s gevaren en inbreuken moeten detecteren, of voorheen een preventieve rol moeten spelen. “de brusselse ocmw’s verlangen voornamelijk preventief werken, voorheen dan detecteren. Waar het beroepsgeheim in het gedrang komt, zijn de brusselse ocmw’s voorheen voorzichtig”, klonk het.

van schuylenbergh toonde zich genuanceerder. Hij ziet de lokale integrale veiligheidscellen als een prima tussenoplossing. Die livc’s brengen vaak lokale gezaghebben, politie- en veiligheidsdiensten, ocmw’s en andere welzijnsorganisaties tezamen rond radicalisering. “dat is een goede methode van werken, want zo is het hersenbreker van het detecteren van signalen en het al dan niet benutten van het beroepsgeheim losgekoppeld van de individuele hulpverlener. ”

om de livc’s nog performanter te opgraven, drong van schuylenbergh aan op een kader – “bijvoorbeeld een omzendbrief” – dat verhelderend schetst wat tijdens het beroepsgeheim valt en wat niet. “dat zou een tal welzijnsorganisaties over de grenslijn kunnen zwerven die vanuit een andere visie vertrekken” en vandaag nog niet meespelen aan de livc’s, besloot hij.

voorheen op de dag had de onderzoekscommissie naar de aanslagen al een hoorzitting georganiseerd met enkele kerkdiensten die werken rond inburgering en integratie. Zij persoonlijkheid erop dat hun kerkdiensten zo goed als niet in aanmerking komen met radicalisme. Kijk je naar de terroristen van stad en stad, dan koopwaar dat immers haast iedereen jongeren van de helft of derde generatie. “daar bezitten wij vanuit het inburgeringsdecreet geen impact op”, aldus gunther van neste van het vlaams vestiging integratie en inburgering.

toch stipten de sprekers een reeks pijnpunten aan. Zo hekelde daniel martin van de integratiedienst van verviers dat belgië “de voorbije 25 jaar de boot gemist heeft” als het gaat om het werken aan een sociale mix waarbij de gevari\xeberde gemeenschappen echt met elkander in aansluiting komen. In dit land zijn er autochtone broed die nimmer broed van onbekende origine zouden kennismaken en tegendeel, betreurde hij.